Friday, 30 November 2007

The six of us

Het is al een tijdje geleden dat we nog eens iets van ons hebben laten horen. In die mate zelfs dat sommige vrienden ongerust begonnen te worden. Is er iets gebeurd? Is alles nog OK? Zijn jullie er nog steeds? Hel(l)a (H)a(a)(s)s(e). Pin(d)a(k)a(a)(s)s(e). We zijn er nog steeds. En hoe!Hoera! Voor haar vijftigste verjaardag had Luc ‘ons’ ma een ticket naar Kaapstad cadeau gedaan. De genodigden op haar feest brachten Zuid-Afrikaanse Randen mee. Een mooier cadeau hadden ze haar, denk ik, niet kunnen geven. Triin, Joonas, Oravake en mezelf hebben er alleszins ontzettend van genoten. Bedankt!
Misschien toch even voorstellen:Oravake: De eekhoorn
Joonas: De vriend van de eekhoorn
Triin: De moeder van de vriend van de eekhoorn
Nick: De vriend van de moeder van de vriend van de eekhoorn
Hild: De moeder van de vriend van de moeder van de vriend van de eekhoorn
Luc: De vriend van de moeder van de vriend van de moeder van de vriend van de eekhoorn

Thursday, 29 November 2007

Before the trip

De laatste weken zijn redelijk druk geweest. Eerst was er bezoek uit Vosselaar, daarna ben ik voor een grote week verhuisd naar de tweede buurt waar ik mijn onderzoek doe. De blog heeft dan ook een achterstand opgelopen. Voorlopig zet ik enkel de foto's van onze trip online. Tekst en uitleg over mijn boeiend verblijf in de noordelijke voorsteden van Kaapstad volgen later.

Day 1: The long drive



Day 2: Panorama Route



Day 3: Kruger National Park



Day 4: Swaziland



Day 5: Zululand



Day 6: Cape Vidal



Day 7: Durban



Friday, 2 November 2007

A thursday evening walk

Volgens veel blanke Zuid-Afrikanen die ik hier in de buurt voor mijn onderzoek praat, schuilt het gevaar achter elke hoek van deze prachtige stad. 'In onze kindertijd namen we de trein naar Stellenbosch. Daar begin je toch niet meer aan? We gingen toen ook te voet naar het centrum. Goed zot moet je zijn om dat nog te doen. Weet je, als kind stapten we zelfs naar de zee. Op onze blote voeten, stel je voor. We staken de berg over en zakten door de smalle vallei aan de andere kant af naar het strand. Daar zou ik nu niet eens meer van durven dromen ".Wat deden wij dan ook afgelopen donderdagavond, zot dat we zijn? We pikten Joonas na school op en trokken onze stoute schoenen aan. We staken de berg over en zakten door de smalle vallei aan de andere kant af naar het strand. Fantastisch om in het centrum van een wereldstad toch in het midden van de natuur te zijn. De heksenketel die Kaapstad soms kan zijn bokst er op tegen de rust van de berg. De stilte wint er van het geronk en geraas van de stad. En nee, messentrekkers zijn we niet tegengekomen. We hadden gans het pad voor ons alleen.
Zijn wij dan helden? Nee, dat zijn we niet. Verre van. We zijn hier ook al bang geweest, maar we doen ons best om ons dagdagelijks bestaan niet te laten leiden door de paranoïde angst voor een overval, een diefstal of een slag in het gezicht. Want paranoïde, dat zijn veel blanken hier. Ze wonen achter metershoge muren, het gepliep van hun alarm voortdurend op de achtergrond. Winkelen doen ze alleen nog in shopping centra waar veiligheidsagenten elke bedelaar of straatzanger zonder pardoes buiten zetten. Een trein nemen of een vriend bezoeken in een 'zwarte' buurt? Daar zouden ze niet eens meer van durven dromen.In mijn onderzoek vraag ik me af wat dit soort vermijdingsgedrag doet met een mens. Welk wereldbeeld houdt iemand er op na die enkel nog dergelijkegezuiverde eilanden van veiligheid en netheid bezoekt? En hoe denkt iemand die alles en iedereen daartussen - bedelaars bij verkeerslichten, straatkinderen in de stad, sjacheraars in de krottenwijken - enkel nog door de getinte ruiten van zijn auto ziet? Is direct contact nodig om een beeld van de andere te kunnen vormen? En leidt dat inbeeldingsvermogen dan tot meer verdraagzaamheid? Ik vraag het me af.

A saturday afternoon walk

Laupäeva hommikul käisime Joonasega ühes kirikus kontserdil (Nick läks rattaga sõitma). Muusika oli võimas, mulle meeldis. Kontserdi lõpuks oli Joonasel tüdimus peal, mida ta väikese nihelemisega ka väljendas. Talle oli hoopis rohekm meeltmööda pargis ringi joosta ja oravatele pähkleid anda. Koju tagasi jalutasime läbi Kompanii Aia. Jooksime ringi, püüdsime tabada oravaid. Meie neid kätte ei saanud, nemad pähklid said.
Kui Nick rattasõidult tagasi jõudis otsustasime ette võtta natuke pikema jalutamise: Rhodesi monumendist mööda Lauamäe külge, läbi paksu metsa botaanikaaiani kulges meie laupäeva pealelõuna.

Ikka mäest üles ja alla, läbi metsatihnikute ning ojade läks see tee. Rada oli üksik, täis linnulaulu, kummalisi lõhnu ja rohelist salapära. Korra eksisime teelt, korraks väsisime lootusetult ning korraks ehmatasime end kangeks kui üks pikk ussivolask end laisalt üle meie raja venitas.

Nii nagu üheks muinsajutumetsas ikka: olid head haldjad...

... ja tõelised kangelased.