Tuesday, 23 October 2007

Stellenbosch at a glance

First sweet-chilli-warm Saturday took us to Stellenbosch - the 2nd oldest white town in South Africa. We went for a small walk. Streets were rimmed with handsome Cape Dutch architecture masterpieces, bookshops and air-conditioned cafes. The old university town was busy. The air was full of smell of roses and various summer blooms and the smell of something else, something big...something important. Cars on the roads were hooting, carrying South African flags. Furthermore, people on the streets were following the newest fashion trend - combination of green and yellow. That was the smell of suspense win and unrestricted celebration. Local superstars in Stellenbosch.

Rugby World Cup

Less than fifteen years after the first democratic elections, the initial optimism seems to have left South Africa already. Commentators argue that the inclusive multiculturalism of the Rainbow Nation has made place for a more exclusive African identity. While Nelson Mandela reached his hand towards the former white oppressor, the new president, Thabo Mbeki, is focusing more on the Africanity of the nation. Alarmed by bad news about housing delivery, HIV Aids, press freedom and crime, it must be difficult to think about nation building though. Together with the sun, it seems, the rainbow has disappeared, and only dark clouds are left.
Last Saturday, however, all South Africans forgot about the problems facing their new country. Young and old, rich and poor, black and white, everbody supported the national rugby team in the World Cup in France. In an utterly boring final, the springboks/die bokke/Amabokoboko beat England 15-6. We watched the game in a local kebab outlet priding itself on its Mediterranean Cuisine. Even the security guys from the local shopping centre joined us. After all there was nobody on the street, not even criminals!
After the final whistle of the referee, a giant party started in Cape Town. To our surprise, the people flocking to Long Street represented the colours of the Rainbow Nation much better than the rugby team itself, which was mainly white. After all the segregation we had seen in Cape Town, it was refreshing to observe Whites, Coloureds and Blacks dancing and hugging and kissing each other, all being proudly South African and even more proudly drunk. As I had won the kitty of 300 Rand in the pub where we watched the game, it was not so difficult to join the party animals in their intoxication. When three beautiful Xhosa girls told me at least I looked like a South African, it really felt like a permit to sing Shosholoza and join the rest of the celebrations. Until the reality of another morning hit me, I was lucky enough to be part of the rainbow.

Tuesday, 16 October 2007

De Hoop

De Hoop, some 250 km out of Cape Town, is a nature reserve that focuses on the conservation of the coastal fynbos vegetation. Of course there are also some animals, of which the ostrich, the eland and the mountain zebra are the easiest to spot.
This wilderness was the destination of our last weekend trip. While Nick tested his mountainbike on the trails through the park, Joonas and Triin went on a car safari to the Indian Ocean. When ‘our best friend’ saw the 90 meter high snow-white dunes, he yelled “Sweeuw! Sneeuw! Nick, kijk! Sneeuw!” It was a pity we couldn’t sledge down to the sea, but, fair enough, the dunes turned out to be the perfect vantage point to observe the calving whales.
After a refreshing early morning walk, we decided to drive back to Cape Town through Swellendam, the third oldest city in South Africa. On the way there we didn’t take the highway, but slowed down on the extensive network of gravel roads through the rolling countryside.
When Joonas saw these big farming machines, he yelled “Dinosaurussen! Dinosaurussen! Nick, kijk! Dinosaurussen!”. We laughed, and tried to explain him that my surname was not 'Kijk' or 'Weetjewat' but Schuermans or, in the worst case, Saarmas (otter).

Aquarium

Every weekend, we try to end up in a place where we haven’t been before. That's why we visited the Two Oceans Aquarium in the Waterfront. The displays showed colourful fishes from the Indian and the Atlantic Ocean. Joonas liked the sharks and the seals, we preferred the weaving kelp forest.

Two Three Course Dinners

Through www.hospitalityclub.org we got to know a lot of interesting people already. Last week, we were lucky enough to host Roman and Claudia on their very days of their big trip around the world. We asked them to cook us a typical Swiss meal, and they showed us what love for good food means. They surprised us with a salad with nut filled dates wrapped in parma ham, a cheesy pasta with potatoes and a combination of strawberries and peanuts. Delicious! We wish we had guests like them every week. Danke, viel Spass und auf Wiedersehen!
The next day we were the lucky ones behind the cooking pots. Earlier on, James and Michele, a colleague of Triin, had invited us for dinner in their spacious house. Now our moment had come to invite them back. We started with a Belgian seafood cocktail (without grey shrimps alas), continued with ostrich steak in a juicy orange sauce, served with spinach mash and beans wrapped in ham, and finished with ice cream and a fruit cocktail. The seafood cocktail lacked some taste, and the ostrich meat was not so tender, but we enjoyed the cooking, the bottles of wine, and the talks at the table. Another great weekend had started.

Monday, 1 October 2007

Day 0: Dumela Molo

UPDATE-UPDATE-UPDATE-UPDATE-UPDATE-UPDATE-UPDATE
The last week of September, we spent driving around again. Nick has spent quite a lot of time putting pictures online and writing stories in Dutch (now about the whole week, not just the first few days). All Estonians should encourage Triin to write something in Estonian as soon as possible.

Day 1: Graaff Reinet

Tradouw Pass

De eerste dag probeerden we zo ver mogelijk in de richting van Lesotho te geraken. 's Avonds in Colesberg hadden we al bijna 1000 kilometer op de teller staan. Door Joonas bezig te houden met puzzels, tekeningen en leesoefeningen viel dat ook op de achterbank best mee.

Valley of Desolation

Eens we de Tradouwpas waren overgestoken, kwamen we terecht in de monotone leegte van de Karoe, de halfwoestijn die het grootste deel van Zuid-Afrika's droge hart inneemt. Het is er grotendeels vlak, maar bij Graaff Reinet gaat het plots stijl omhoog. Eilanden van graniet drijven er van een stijlrand af. Kreten van roofvogels kaatsen van rots naar rots. De Vallei van Verlatenheid baadt in het licht van de ondergaande zon. Zonder meer fantastisch.

Valley of Desolation

Day 2 & 3: Semonkong (Lesotho)

The dam on the Orange River
De grens kwam aan als een slag in het gezicht. 's Morgens cruiseden we nog door de leegte van de Vrijstaat, met boerderijen van duizenden hectares. 's Namiddags reden we door de dichtbevolkte, overbegraasde en wegeroderende laaglanden van Lesotho. Terwijl de wegen in Zuid-Afrika allemaal van topkwaliteit waren, moesten we in Lesotho laveren tussen de putten in het asfalt en het overstekend vee.
De taferelen die zich langs de weg afspeelden waren die van het 'echte' Afrika. Huizen hadden plaats gemaakt voor hutten, waterleidingen voor emmers op hoofden. Overal waar we stopten, stormden kinderen de baan op. "Give me sweety! Give me sweety!" klonk hun smeekbede. Dat dit 'echte' Afrika waarnaar zoveel toeristen op zoek zijn vergeven is van de miserie, wordt vaak vergeten.
's Avonds kregen wij trouwens ook onze portie miserie te verwerken. Een portie "first world misery" weliswaar. Het gevecht tussen de banden van onze Corolla en de puntige keien onderweg was beslecht in het voordeel van de laatste. Triin pakte alle stoere mannen ter plaatse in door dat probleem even snel de wereld uit de helpen.
De volgende dag trokken we met paarden dieper de bergen in. Paardrijden bleek veel simpeler dan verwacht. Een fiks "HEIT" zet het dier in beweging en met de teugels kon je sturen. Binnen de kortste keren had zelfs Joonas het onder de knie.
Een paard bleek de ideale manier om het platteland van Lesotho te verkennen. Zonder moe te worden, brachten ze ons van het ene Basotho dorp naar het andere. Wapperde er ergens een witte vlag , dan wisten we dat er bier gebrouwen was. Was het een groene of een rode, dan werden er groentes of vlees verkocht. De vriendelijkheid van de mensen onderweg was legendarisch. Overal werden we met open armen ontvangen. Iedereen die ons pas kruiste, groette ons uitgebreid. Spijtig dat ons Sesotho beperkt was tot een voorzichtig dumela dumela.

Semonkong Falls

Day 4: Administration

Toen we Lesotho binnenreden, had de Zuid-Afrikaanse douanier bijzonder slecht nieuws voor ons."Je weet toch dat je visum morgen vervalt? Zuid-Afrika zal je dus niet meer binnen geraken!". Ik probeerde hem ervan te overtuigen dat mijn visum inderdaad zou vervallen, maar dat dat nog niet betekende dat mijn tijdelijke verblijfsvergunning niet meer geldig was. "Nee, nee. Je visum vervalt. Echt waar. Bij de ambassade in Maseru ga je een nieuw visum moeten aanvragen. Dat gaat je een paar dagen kosten".
The catholic cathedral of Maseru
Het vooruitzicht een week in Maseru te vertoeven fleurde ons niet echt op. De stad barst van het leven. Dat is waar. Maar ze is nog geen voorschoot groot en de Nederlandse ambassade is gehuisvest in het beste restaurant van de stad. Op culinaire hoogtepunten moesten we dus niet rekenen. Met knikkende knieën begaven we ons dan ook naar de Zuid-Afrikaanse ambassade, waar ze het slechte nieuws enkel konden bevestigen. "Ja, ja. Jullie visum vervalt. Hebben jullie vliegtuigtickets naar Europa? Ja? Kun je beginnen met die uit te printen?"
In zeven haasten trokken we naar het internetcafé om de hoek. Verrassend genoeg werd dat uitgebaat door Chinezen, net zoals de meeste supermarktjes, tot in de kleinste bergdorpen toe. De Basotho's lijken daar weinig of geen problemen mee te hebben. De Aziaten slagen er namelijk in om de goederen goedkoper aan de man te brengen. Hoe waren die gasten in Lesotho beland? Hoe hadden ze dat gat in de markt gevonden? En hoe waren ze in godsnaam aan een visum geraakt?

In de ambassade waren ze absoluut niet onder de indruk van onze papieren. "We zullen het aan de ereconsul voorleggen" beloofde de baliemedewerker. Die kwam tien lange minuten later naar ons. "Het is in orde. Je visum is inderdaad vervallen, maar je verblijfsvergunning is nog meer dan een maand geldig. Ik heb onze mannen aan de grens al tienduizend keer het verschil proberen uit te leggen. Ze blijken het niet te snappen". Dat dachten wij ook al.

A 3 euro fine for speeding

Toen we 's avonds opnieuw Zuid-Afrika binnen wilden, trok de grenswachter grote ogen. "Jullie visum is vervallen!". Met een brede geste toverden we de brief van de ereconsul op tafel die de betekenis van de zeven lijntjes op het visum volledig uit de doeken deed. Met een grote glimlach haalde de arme stakker zijn plakkers en stempels boven. Stante pede kregen we een verlenging van drie maanden op onze verblijfsvergunning cadeau. Hiervoor moesten we normaal drieduizend formulieren binnenbrengen bij het departement van binnenlandse zaken. Iedereen had ons gewaarschuwd dat dit lang zou duren. Mensen wachten soms meer dan een jaar op hun identiteitskaart. "Dat departement ligt helemaal op zijn gat" vertelden ze ons. We zouden het nog bijna gaan geloven ook.

Day 5 & 6: Bulungula

Grote delen van de Oostkaap waren in de apartheidsjaren voorbehouden voor Xhosas, één van de etnische groepen in Zuid-Afrika. Voor de blanke regering waren de Transkei en de Ciskei 'thuislanden' of 'bantustans'. Naar deze semi-onafhankelijke staten werd de zwarte bevolking gedreven. De rest van het land was in handen van de blanke minderheid. Als een Xhosa in Kaapstad wilde wonen, had hij een vergunning nodig. Mannen met een job konden dit na veel gebakkelei krijgen. Vrouwen hadden eigenlijk geen schijn van kans.
Public transport in the Eastern Cape
Door dit soort van wanpraktijken geraakten grote stukken platteland in de thuislanden overbevolkt. Mensen werden gedwongen om te blijven wonen waar ze woonden, zelfs al waren daar absoluut geen jobs of land beschikbaar. De regeringen van de thuislanden hadden natuurlijk ook amper geld om iets aan die situatie te veranderen. Vijftien jaar na de opheffing van apartheid is het verschil tussen de Oostkaap en de Westkaap dan ook nog steeds immens. Hitchhikers in our car
Zelf was ik tot nog toe enkel nog maar door de regio gereden. Op weg van Durban naar Kaapstad had ik de traditionele hutjes langs de kant van de weg gezien. Gestopt was ik nog nooit. Dat hier iets te beleven viel, had ik eerlijk gezegd niet gedacht. Veel toeristische gidsen gaan ook voorbij aan het gebied. De meeste toers door Zuid-Afrika brengen je van Durban zelfs rechtstreeks naar de Tuinroute. Een grote misvatting, zo bleek.
Classical Wild Coast scenery: rolling hills with huts
Op http://www.bulungula.com/ hadden ze ons er al voor gewaarschuwd. Het is niet evident om aan de lodge te geraken. En gelijk hadden ze. Het eerste stuk vanuit Umtata was nog asfalt, weliswaar met veel putten en vee op de baan. Daarna ging het aan vijftien kilometer per uur over een gravelweg die naam niet waard. Het laatste stuk moest zelfs per vier maal vier gebeuren. Er restte enkel nog een karrenspoor.
Bulungula Lodge
Op de website stond echter niet alleen te lezen dat de plek moeilijk te bereiken was, maar ook dat het het paradijs was. En opnieuw, echt waar, gelijk hadden ze. Want naast een verlaten strand aan de Indische Oceaan, bij de monding van een rivier, in het midden van een Xhosa dorp, stonden een tiental traditionele hutten op ons te wachten. Een meer magische plek kon ik mij onmogelijk inbeelden.
Bijna de helft van de bezoekers blijft hier langer dan ze vooraf gedacht hadden, en na ons tweedaags verblijf kan ik ze geen ongelijk geven. Het strand nodigt uit om uren rond te wandelen. Kayaks liggen klaar om de rivier op te peddelen. Uiteraard kan je even goed gewoon met een goed boek de duinen in.
Joonas and his new friends
De lodge is voor bijna de helft in handen van de lokale gemeenschap. Zij hebben er dan ook absoluut geen problemen mee dat je rondwandelt en foto's neemt. Integendeel, zij moedigen het actief aan om rond te kijken en vragen te stellen. Ze nemen je zelfs mee op een toer door het dorp, langs de kraal waar de dieren worden verzameld, de traditionele heler en de shebeen. Net zoals in Lesotho hangt er een witte vlag buiten om aan te geven dat er bier gemaakt is.
Traditional healer outside the shebeen
Voor ons alle drie was Bulungula een bijzonder inspirerende ervaring. Persoonlijk was ik er echt van aangedaan dat dit stuk Zuid-Afrika tot nog toe grotendeels aan mij was voorbijgegaan. In Kaapstad is het zo gemakkelijk om een aangenaam leven te leiden, zonder elke dag te moeten denken aan de duizenden straatarme zwarte goudzoekers in shacks aan de rand van de stad. Zij komen grotendeels uit dit deel van de Oostkaap. Voor Triin was het ook bijzonder fijn om een landgenote tegen te komen en nog eens door te kunnen babbelen in het Ests. En Joonas, die vond het fantastisch dat alle kinderen in het dorp na twee dagen zijn vrienden waren.

Day 7: Sunshine Coast


Kidd's Bay
Vanaf Bulungula was het nog bijna 1500 kilometer naar huis in Kaapstad. Door dat over drie dagen te verspreiden, slaagden we erin om onderweg nog het één en ander te doen, zonder continu in de auto te zitten. De Indische Oceaan was ook nooit ver weg. Dit betekende niet alleen dat er elke dag lekkere vis of zeevruchten op het menu stonden, maar ook dat we bij elke stop wat op het strand konden spelen.

Zonsondergang over de Sunshine Coast
Nadat we de ganse Sunshine Coast doorkruist hadden, logeerden we 's avonds in de bed and breakfast van Maureen Quin, een prominente Zuid-Afrikaanse beeldhouwster (http://www.quin-art.co.za/). "Ik ben een racist", gaf haar echtgenoot toe. "Dit land gaat helemaal naar de verdommenis. We gaan exact dezelfde weg op als Zimbabwe". En zo hadden we toch nog iets om over na te denken bij het slapen gaan.

De beeldentuin van Maureen Quin in Alexandra

Day 8: Nature's Valley

De volgende dag lunchten we in Jeffrey's Bay, één van de beste plekken om te surfen in de wereld. Tussen de bruingebrande surfer boys aten we mosselen en calamari in een simpele plek op het strand. Het eten was lekker en Joonas vond het fantastisch dat hij niet stil moest zitten, maar kon pootjebaden en tunnels graven in het zand.

Logeren deden we in Nature's Valley in het Tsitsikamma Nationaal Park, één van onze favoriete plaatsen in Zuid-Afrika. 's Avonds deden we er nog een lange wandeling door de inheemse wouden en langs de desolate stranden. Waarom die zo desolaat waren, bleek even over halfweg op het pad. Doordat het springtij was, kolkte een woeste oceaan tegen de rotsen op. Een doorgang was er niet. Rechtsomkeer maken was de enige oplossing.

Day 9: Robberg Peninsula

De laatste dag van onze reis zetten we in met een stevige ochtendwandeling op het Robberg schiereiland nabij Plettenberg Bay, genaamd naar de zeehonden (of robben) die er permanent bivakkeren. Hoewel dat in vogelvlucht nog geen twintig kilometer van Nature's Valley is, is het landschap er volledig anders. Zo groeien er geen hoge bomer meer, maar lage fynbos struiken. Ter hoogte van Witsand maken de rotsen op het schiereiland plaats voor wel tachtig meter hoge duinen. Het was een kinderdroom om daar tunnels en kastelen te bouwen (er schuilt een ingenieur in elk van ons) en om met een dolle vaart naar beneden te lopen. Voor de statistieken: Nadat Joonas in Jeffrey's Bay gewonnen was, moest hij hier nipt de duinen leggen voor de snelvoetige en langbenige Nick.