Friday, 21 September 2007

Lesotho

The last couple of weeks have been rather busy. Triin had to finish a lot of project reports, while Nick has finally started conducting the interviews for his research. As Joonas' school will be on holiday next week, we thought it was the perfect moment to get out of the city again and enjoy the sceneries of this amazing country. We plan to go to Bloemfontein, Lesotho (Triin and Joonas managed to get a visa!), the Wild Coast and Tsitsikamma National Park. Stories and pictures will be put online once we are back.

A day without a car

White South Africans do not rely on public transport. Their car, preferably a monstruous 4x4, brings them everywhere. The service of busses, trains and minibus taxis is also rather poor. As such, it is not always easy to survive without a drivers' license. Congratulations to my brother for getting it faster than me!These difficulties do not mean, however, that it would be impossible to enjoy a day without a car, as we did last Sunday. We started early in the morning with a short walk to one of our favourite breakfast places in Kloof Street. From there we took a minibus taxi to the train station. Almost immediately we could jump on a train to the Southern Suburbs.
The views on the way were simply stunning: green pastures, blooming flowers and the surf of False Bay never more than 20 metres from the window. We even saw a whale showing its tale!After a lovely hour, we arrived in Simonstown, the base of the South African navy. The town hosted the annual Penguin Festival. We indulged on seafood pastas, while Joonas enjoyed the kermess attractions and a couple of big fat pancakes.
The journey back to Cape Town was as safe and punctual as the outward trip. We never felt threatened or unsafe. Why isn't there more people taking the train for an exciting weekend trip?

From the tree to the glass to the head

Mojito's, with mint and lemon (not lime) from our own small garden!

South African National Gallery

On Saturday afternoon, while Nick was cycling, we went to the Company Gardens to play some football and enjoy some art in the South African National Gallery. Joonas favourites were the 80x80 seconds short movies and cartoons as well as the huge painting with children and a dog.

Jump! Jump! Jump!

Joonas has become a big boy. After dinner, it's better to do some jumps instead of eating a sweet dessert. It's not so difficult. Just prepare yourself a bit... than jump as far as you can...and hopsadi, you have crossed the imaginary river!

Shop the world!

South Africans do not shop in attractive pedestrian streets like the Meir in Antwerpen, the Nieuwstraat in Brussels or Viru Tanav in Tallinn. Most of the shopping here is being done in huge shopping malls, sanitized places without beggars, street musicians, fresh air or daylight. The most gigantic mall is in Century City, the district where Triin's office is located, and is called Canal Walk. Of course it is a convenient one stop shopping place, but for Europeans like us the atmosphere is rather repulsive.
Om het in de gevleugelde woorden van Clement Peerens te zeggen: zalig zij den dag dat da spel zal exploderen, gezegend is het uur waarop het in vlammen op zal gaan, heilig zij de vuurzee die zelfs het leste soldeke zal verteren, ‘k zen wel ni gelovig, moar ik zeg: Lord, moakt er is een einde aan.

Monday, 10 September 2007

Belle Ombre Road Park

Vlak naast ons appartement ligt er een klein maar fijn park met een kwikwak en schommels en echte bomen en echt gras en echte hondendrollen . Van't weekend hebben we ons daar fameus uitgeleefd. Zot zijn doet nog steeds geen zeer. Toch niet voor een klein uur.

South African National Museum

Zaterdagnamiddag ben ik voor het eerst sinds lang nog eens op mijn koersfiets gesprongen. De hellingen leken langer dan ze in werkelijkheid waren en de wind kwam precies altijd van op kop, maar ik heb ervan genoten. Triin en Joonas zijn ondertussen naar het South African National Museum gegaan. Joonas vond al die opgezette beesten en papier marché dinosaurussen zo fantastisch dat hij Triin naar elke hal twee keer meesleurde. En zij vond het ongetwijfeld fantastisch dat hij dat fantastisch vond. Zo gaat dat met mama's.

Sunday, 9 September 2007

Unbeatable Whiteness

De grote wens van elke Zuid-Afrikaan is een eigen huis op een eigen stuk grond. Om deze droom te verwezenlijken, vreet de stad elk jaar een stuk van haar eigen rand op. Akkers en weides moeten er plaats maken voor nieuwe verkavelingen.
Het merendeel van die nieuwe verkavelingen wordt gebouwd als een gated community: een kleinschalige wijk met eigen voorzieningen en een groot hek errond. De naamgeving van die nieuwbouwprojecten laat trouwens weinig aan de verbeelding over. Inwoners van La Vie est Belle, Villa de Vie of Toscana Villas hebben duidelijk heimwee naar een stukje vermarktbaar Europa in de tip van Afrika.
Dat grote delen van de stad hun Europees cachet verliezen en langzaamaan verafrikaansen ontgaat dan ook niemand. Zo doemen er tussen de geplande orde van de voormalige blanke suburbs informele nederzettingen van zink, hout en plastic op. Arme keuterboeren uit de Oostkaap bezetten er kostbare lappen grond. Inwoners van duurbetaalde woningen in de buurt zijn daar niet altijd even opgezet mee. Lezersbrieven spuien een litanie van klachten, vandaag nog over de 'cemetery dwellers': "Kensington is saddled with a nightmarish squatter camp. This camp alone has brought about a decline in moral and social standards in the area. Shebeens, drug dealers and criminal activities have increased, also the image of Kensington has been tainted and the value of properties has declined."
Ook het hart van de stad ontsnapt niet aan de veranderingen. Zo wemelt het rond het station van de 'zwarte' en 'bruine' medemensen, terwijl er amper nog 'blanken' in het straatbeeld te zien zijn. Straathandelaars slijten hun waren aan passanten. Uit de boksen schalt kwaito of ragga, geen Laura Lynn zoals in de supermarkt bij ons om de hoek.
En toch blijft Kaapstad voor vele bezoekers een 'blanke' stad. Vele Zuid-Afrikanen zien het nog steeds als een 'blanke' enclave in een grotendeels 'zwart' land, en niet voor niets. De duurdere restaurants zijn praktisch allemaal in handen van 'blanken'. 'Blanke' obers bedienen er een 'blank' cliënteel. In sommige discotheken zijn enkel de buitenwippers 'zwart'. Op een feestje van UCT-studenten, nochtans een vrij gemengde universiteit, telde ik onlangs meer dan vijftig 'blanken' en slechts één 'zwarte' vrouw. Zij was dan nog de vriendin van een Duitse student. Is er hier eindelijk iets aan het veranderen? Of hebben we te maken met 'unbeatable whiteness', zoals de reclame voor wasproducten in het station aangeeft?

Friday, 7 September 2007

Weekend Trip to the Ceres Mountains (1)

Het begint stilaan een klassiek patroon te worden. Doorheen de week is het weer uitstekend, maar in het weekend is het geen weer om een hond door te jagen. Gelukkig is het in de Westkaap steeds mogelijk om een bergketen over te steken, op zoek naar de zon en het simpele geluk dat een mensenleven tekent.
Vorig weekend besloten we om die redenen de Cederbergen in te trekken. En effectief, eens we een uur uit Kaapstad waren, brak de zon schuchter door de dichtgepakte wolken. In combinatie met de veldbloemen en de bloesemende perelaars leverde dat fraaie beelden op.
Rijden in de Cederbergen was een, euh, natte droom voor Triin. Onze rode Toyota Corolla hadden we ingeruild voor een grijze. Deze testte ze uitgebreid op het net van gravelwegen dat zich van de ene vallei naar de andere slingert.
Ook de fysisch geograaf in mij kon nog eens zijn hart ophalen. Het bulkte er namelijk van de vreemde rotsformaties in een dor cuestalandschap. Hier en daar kon zelfs een verloren gelopen syncline of anticlyne geobserveerd worden!Overnachten deden we in een bed and breakfast in Citrusdal, een stadje dat zijn naam niet gestolen heeft als Mekka van de Zuid-Afrikaanse citrusvruchtenproductie. De eigenares verwees ons naar het beste restaurant in de verre omtrek. Mensen zouden speciaal van ik weet niet waar allemaal komen om daar te kunnen dineren. Ondanks de locatie in de kantine van de rugbyclub, was het overdadige eten inderdaad best ok. Of Patrick's Place het zelfgekozen predikaat "the culinary capital of the Cederberg" verdient, is echter een ander paar mouwen.

Weekend Trip to the Ceres Mountains (2)

Zondagochtend startten we bij de warmwaterbronnen van Citrusdal. Het water stroomt hier met een temperatuur van 43 graden uit de rotsen. Onaangenaam warm is dat. Het leek wel alsof je in je eigen zweet aan het zwemmen was. Een plons in het koudwaterbad wat verderop was dan ook een verkwikkende opkikker. Na een lange rit door de Cederbergen bereikten we Tulbagh, een dorp in de wijnlanden op iets meer dan 100 kilometer van Kaapstad. De lokale toeristische dienst pakt er niet alleen uit met kwaliteitsmerlots, maar ook met de grootste concentratie aan beschermde gebouwen in één straat in Zuid-Afrika. De meeste huizen zijn er gebouwd ten tijde van de Nederlandse kolonisatie in een stijl die het midden houdt tussen een Amsterdams grachtenhuis en een Vlaamse fermette.
Joonas amuseerde er zich door op zoek te gaan naar het huis dat afgebeeld stond in zijn reisgids. Al snel was hij de specialist inzake friezen, klokgevels en raamkozijnen. Toen hij zijn huis uiteindelijk gevonden had, konden we gaan eten. Dat deden we voor de eerste keer deze lente buiten op een terras.

Reading Joonas

Joonas is nog maar vier jaar. Toch begint het al te kriebelen om te kunnen lezen. De meeste letters herkende hij al een tijdje, maar letters samenvoegen tot woorden en woorden tot zinnen was tot nog toe iets te moeilijk. Echt lang gaat dat waarschijnlijk niet meer duren. Haperend en hakkelend lukt het hem om simpele zinnetjes uit te stoten, en dat in het Nederlands en het Ests. De kast is wit, de vis is groot, het vuur is warm. Pepe on tita (Pepe is een baby) ja Joonas on tubli (Joonas is flink)!