Na een lange avondrit, sliepen we in een eenvoudig hostelletje nabij Ausgrabies Nationaal Park. Daar bezochten we 's morgens vroeg de waterval die het park haar naam gegeven heeft. De statistieken van dit waterwonder op de Oranjerivier bulkten van de uitroeptekens. Zoveel kubieke meters per seconde! Zesenvijftig meter hoog! De zesde grootste waterval ter wereld! Het leek wel een excursie naar de haven van Antwerpen. Omdat er stroomopwaarts weinig regen was gevallen, viel het uiteindelijke zicht eerlijk gezegd een beetje tegen.
De omgeving was echter ronduit impressionant. Een maanlandschap met hier en daar een bizarre boom of een dor bosje gras. Dat mensen daar uit eigen wil wilden wonen, vonden we op zijn zachtst gezegd verbazingwekkend. Toch stichtten Franse missionarissen begin negentiende eeuw een dorp in deze woestenij. Pella noemden ze het. De vrucht van hun noeste arbeid staat nog steeds te blinken onder de stalen hemel: een groot uitgevallen kerk. Zelf spraken ze van een kathedraal. Toen we de nonnen ernaast vroegen waar we iets konden drinken, moesten ze het antwoord schuldig blijven. "Ons het nie n kroeg nie. Maar kom asseblief saam, ons maak n koppie rooibos tee." Zo'n aanbod konden we uiteraard niet afslaan.
De ontnuchtering volgde al snel op het kerkhof. 1983, 1978, 1968, 1995, 2007. De geboortejaren op de recente kruisen verraadden hoe hard het leven in een plaats als Pella echt is. Meer dan 25 procent van de Zuid-Afrikanen haalt de veertig jaar niet, 6 procent van de zuigelingen sterft in het eerste levensjaar. Ongeneeslijke ziektes als AIDS woekeren uiteraard wild om zich heen, maar even goed bezwijken er jaarlijks 43 000 kinderen aan diarree. Op een kerkhof wordt zoiets wel heel tastbaar.
No comments:
Post a Comment